Visie

Talenkennis is voor elk mens van wezenlijk belang. Door taal leren we onszelf en andere mensen kennen, door taal opent zich een wereld aan sociale, culturele en economische mogelijkheden. De Europese Commissie bepleit dat rond 2025 alle Europese burgers naast hun moedertaal twee andere talen beheersen. Het is de taak van het onderwijsstelsel om dit te realiseren. Stichting Taal naar Keuze is opgericht om hieraan bij te dragen.

Veel leerlingen in Nederland spreken thuis al een of meer talen naast het Nederlands. Thuistalen als Arabisch, Berbers, Fries, Papiamento, Pools, Sranantongo of Turks, zijn net als de moderne (vreemde) talen Engels, Duits en Frans, en net als andere mondiale talen zoals Chinees, Hindi, Spaans, Swahili en Russisch, van grote waarde. Alle thuistalen – en daar horen ook de dialecten in Nederland bij – verdienen het erkenning en ondersteuning te krijgen binnen het reguliere onderwijs. Als de thuistalen meetellen in het onderwijs dan zullen veel leerlingen in Nederland zich met recht een Europese burger kunnen noemen.

Internationalisering en sociale cohesie vormden de rationale van het pilotproject Taal naar Keuze, dat met steun van de gemeente Amsterdam door Stichting Espritscholen van 2016 tot zomer 2019 is uitgevoerd. Vierhonderdvijftig leerlingen van zeven vo-scholen hebben meegedaan aan bovenschoolse lessen Arabisch, Chinees, Duits, Frans, Italiaans, Russisch, Spaans en Turks. De meeste leerlingen hebben eraan geproefd, een groep toegewijde leerlingen is de diepte ingegaan, soms zelfs met een diploma als resultaat. Internationalisering en sociale integratie liggen ook ten grondslag aan de ambities van de stichting: leerlingen mobiel maken in woord en schrift, en leerlingen de gelegenheid bieden om de erfenis die ze hebben meegekregen – hun achtergrond en identiteit – te koesteren en te ontwikkelen. 

Leerlingen kiezen graag zelf de talen die ze willen leren. En dit zelf mogen kiezen bevordert de leermotivatie. De Nederlandse onderwijswet voorziet in tien talen, maar scholen bieden ze maar beperkt aan. Dat is te begrijpen. De inrichting van het Nederlandse onderwijs met klassen op leerjaar en schoolniveau laten roosters met vijf, zes, zeven extra talen niet toe.

Taal naar Keuze doorbreekt dit. Leerlingen uit verschillende leerjaren en schoolniveaus kunnen bij elkaar in de – ook virtuele – taalklas zitten. Contacturen en begeleiding op afstand wisselen elkaar af. Binnen- en buitenschoolse bronnen, van materiële en menselijke aard, leveren vrije en rijke taalervaringen op. Docenten en andere taalexperts bundelen kennis en vaardigheden om leerlingen in het hele land onderwijs te bieden in hun Taal naar Keuze.