Mijn Taalverhaal

Jouw persoonlijke ‘taalverhaal’ uittekenen maakt je bewust van jouw eigen talenkennis. In trainingen en gastcolleges van Taal naar Keuze is Mijn Taalverhaal een terugkerende werkvorm. Verzamel de talen, omgevingen, leermeesters en situaties, en noteer ze op een tijdslijn, van voor de geboorte tot heden en toekomst. Het gaat om jouw verhaal, om gebeurtenissen en bronnen, die jouw individuele talenkennis kleuren. 

My Language Line

Your personal Language Line, composed by all the languages you’ve somehow been in touch with, is a process that requires you to reflect on your experiences. Collect and take note of the languages, environments, teachers and situations on a timeline, from before your birth to this very day. This is your story, it involves all the languages that your ancestors have passed on, your memories of these languages, specific events, and your expertise in these languages. Draw a timeline of your languages reflecting on the questions below.

 

Ambers tips voor talen leren:

 

    • lees de krant in de doeltaal
    • zoek woorden op en maak lijstjes: 100 woorden = opschrijven, betekenis verifieren, rangschikken op een logische manier
    • praat met kinderen in de doeltaal
    • ga je naar de markt? bereid je voor: werkwoorden + zelfstandige naamwoorden. op de markt ga je herhalen, herhalen, herhalen, en dit is goud waard 

Stuur jouw Taalverhaal aan ons toe, als je wilt. Dan plaatsen we het op de website.

If you’d like, send us your Language Line  to info@taalnaarkeuze.nl. We can share it in our website and social media sites! 

Dörte

Germany

Yari

Canada

De volgende vragen helpen erbij. Denk na en neem de tijd om jouw taalverhaal te maken. 

Begin in het heden. Welke talen heb je afgelopen weekend gebruikt? Waarvoor, om wat te doen? Met wie heb je de talen gebruikt? 
Spring terug naar voor jouw geboorte. Wat spreken/spraken jouw grootouders? Waar komen/kwamen ze vandaan? En jouw ouders?
Waar ben jezelf opgegroeid, met welke talen om je heen?
Welke talen heb je op school geleerd, op vakanties, in de buurt waar je woont/woonde?
Taal is jargon, woordenschat en uitdrukkingen, literatuur en optredens. Welke clubs of activiteiten hebben bijgedragen aan jouw woordenschat? 
Taal is ook uitspraak. Beschrijf die van jou.
Wie hebben jou geholpen bij het verwerven van taal, moedertaal, tweede taal, vreemde taal?
En welke woorden zijn geassocieerd aan een speciale herinnering? Noteer jouw mots-de-mémoire.

“A great activity for me to reflect on my own contact with languages”

Start in the present.
Which languages did you use last weekend? For what purpose? And with whom did you use them? 
Jump back to before your birth. Which languages do/did your grandparents speak? Where do/did they come from? And your parents?
Where did you grow up, and which languages did you have around you?
What languages did you learn at school, on holidays, in the neighbourhood where you live/lived?
Language is jargon, proverbs and expressions, literature and performances. Which clubs or activities contributed to your vocabulary? 
Language is also pronunciation (i.e accents). Describe yours.
Who helped you acquire a language, mother tongue, second language, foreign language?
And what words are associated with a special memory? Write down your mots-de-mémoire. 

Karijn

‘Clothed cream by post’ dat is zo’n mots-de-mémoire.

“Being plurilingual can mean a lot of things.”